|
HOE werkt fotovoltaïsche zonne-energie?


In een zonnecel wordt licht rechtstreeks omgezet in elektriciteit. Een zonnecel bestaat uit een dun plaatje met aan de bovenzijde een negatieve lading en aan de onderzijde een positieve lading. Dit plaatje is gemaakt van halfgeleidend materiaal, meestal silicium, dat alleen maar goed geleidt als er licht op valt. De energie van het invallende licht brengt dan een elektrische stroom op gang van dunne metalen vingers op de voorkant van de cel via de elektrische toepassing terug naar de metalen achterkant van de zonnecel. Afhankelijk van het type silicium zal de cel een groter of kleiner aandeel van het zonlicht omzetten in elektriciteit.
type |
rendement |
kleur |
monokristallijn silicium |
12 tot 15% |
donkergrijs |
polykristallijn silicium |
11 tot 14% |
gemarmerd
donkerblauw |
amorf silicium |
5 tot 7% |
donkergrijsblauw |

Een standaardzonnecel van 10 x 10 cm levert ongeveer 1,3 W. Met losse zonnecellen kunt u in de
praktijk dus niet aan de slag. Ze wekken niet alleen weinig elektriciteit op, maar ze zijn ook breekbaar
en vochtgevoelig. Daarom worden zonnecellen onderling verbonden en samen in een zogenaamd
PV-paneel (afkorting van het Engelse photovoltaic) geplaatst. De voorkant van de PV-panelen is een glasplaat, de achterkant wordt afgewerkt met een waterdichte folie. Bestaat de achterkant ook uit een glasplaat, dan spreken we van semi-transparante panelen. Die laten licht door tussen de cellen.

Naar de zon gericht Om voldoende energie te kunnen leveren moeten de zonnepanelen zo geplaatst worden dat er zoveel mogelijk zonlicht op valt. Ze hoeven niet per se pal naar het zuiden gericht te staan. Een oriëntatie tussen zuidoost en zuidwest en een hellingshoek tussen 20° en 60° leveren ook een goede opbrengst.

Van zonnepaneel naar zonnesysteem
Fotovoltaïsche panelen worden aan elkaar geschakeld en gekoppeld aan batterijen of aan het elektriciteitsnet. Een autonoom fotovoltaïsch systeem produceert elektriciteit voor een elektriciteitsverbruiker die niet gekoppeld is aan het elektriciteitsnet. Het PV-paneel levert rechtstreeks elektriciteit aan de elektriciteitsverbruiker, het overschot wordt opgeslagen
in een batterij. ’s Nachts en wanneer de zon niet voldoende elektriciteit levert, haalt de elektriciteitsverbruiker energie uit de batterij. Typische voorbeelden zijn rekenmachines, horloges, tuinverlichting, straatverlichting, parkeermeters en caravans en ook gebouwen in afgelegen streken.
Bij een netgekoppeld fotovoltaïsch systeem wordt de gelijkspanning van de PV-panelen omgevormd tot normale wisselspanning die rechtstreeks aan het elektriciteitsnet geleverd kan worden. Dat gebeurt via een omvormer. Netgekoppelde systemen hebben geen batterij nodig. Wanneer de verbruikers minder elektriciteit verbruiken dan de PV-panelen leveren, wordt het overschot op het net gestuurd. De elektriciteitsmeter zal op dat moment terugdraaien. ’s Nachts en wanneer de zon niet voldoende elektriciteit levert, wordt de nodige energie uit het elektriciteitsnet gehaald.

WAT brengt het op?
Een PV-paneel met een oppervlakte van 1m2 levert per jaar gemiddeld iets meer dan 100 kWh.
Het gemiddelde elektriciteitsverbruik van een gezin in Vlaanderen bedraagt 3500 à 4000 kWh per jaar. Om die elektriciteit te produceren zou dus een installatie nodig zijn met een oppervlakte van 35 à 40 m2. Vanwege de koppeling van het systeem aan het elektriciteitsnet hoeft het systeem echter jaarlijks niet evenveel elektriciteit op te wekken als een gezin verbruikt. In de praktijk hangen de afmetingen van de installatie meer af van het beschikbare budget en de beschikbare plaats dan van de opbrengst. |